Aan het einde van de weekfase wordt het water afgevoerd en valt de gerst in de trommel eronder. Daar start het beluchtingsproces: ventilatoren voorzien het graan van verse zuurstof en verwijderen overtollig kooldioxide, dat vrijkomt door de graanademhaling.
Tijdens het kiemen draait de trommel langzaam aan één omwenteling per uur. Dit voorkomt dat de worteltjes samenklitten en helpt de temperatuur onder controle te houden. In deze fase, die 4 tot 5 dagen duurt, worden de enzymen gevormd en geactiveerd die nodig zijn voor het brouwproces.
Vanaf nu spreken we van mout.

